Wat er schuilt achter een kentekenplaat: de chassisnummers van Auto Union

Written by

in

Als u ooit een oude wagen van dichtbij bekijkt en u buigt zich voorover om het kleine plaatje te lezen dat ergens aan de torpedowand of de drempellijst is bevestigd, dan staat u op het punt kennis te maken met een van de meest onderschatte informatiedragers uit de automobieltechniek. Een chassisnummer lijkt op het eerste gezicht niet meer dan een rij cijfers en letters, maar voor wie weet hoe hij lezen moet, vertelt zo’n nummer precies wanneer de wagen gebouwd is, in welke fabriek, voor welke markt en soms zelfs welke optiepakketten er bij de bestelling zijn aangevinkt. In de collectie van dit museum zijn het juist die nummers die ons helpen de geschiedenis van een voertuig te reconstrueren, lang voordat er ook maar één archiefdoos is opengetrokken.

Hoe een chassisnummer is opgebouwd

Bij Auto Union en de merken die daaronder vielen, te weten Audi, DKW, Horch en Wanderer, bestond er geen volledig uniform systeem dat over alle modellen en alle jaren hetzelfde bleef. Dat maakt het onderzoek er niet eenvoudiger op, maar het maakt het wel boeiender. In de vroege jaren dertig, vlak na de fusie die Auto Union tot stand bracht, stamelden de administratieve systemen nog een beetje. Elk van de vier voormalige fabrieken had zijn eigen nummering meegebracht, en het duurde een poos voor er iets van samenhang in kwam.

Wat u bij de meeste vooroorlogse modellen zult zien, is een combinatie van een letterprefix die het merk aanduidt, gevolgd door een reeks cijfers die opeenvolgend zijn uitgedeeld. Bij DKW-wagens uit die periode begint het nummer dikwijls met een D of een combinatie die naar de productielocatie verwijst. Bij Horch, dat aan de bovenkant van het gamma zat, is de nummering strenger bijgehouden omdat de productieaantallen kleiner waren en elk chassis als het ware persoonlijk werd afgeleverd. Als u in onze werkplaats een Horch uit de late jaren dertig ziet staan, kunt u er gerust van uitgaan dat het chassisnummer in de fabrieksdocumentatie teruggevonden kan worden, mits die documenten de oorlog hebben overleefd.

De fabriek als beginpunt van het verhaal

Het is goed om even stil te staan bij wat er in een fabriek van die tijd precies gebeurde op het moment dat een chassisnummer werd aangebracht. Dat was geen automatisch proces zoals wij dat nu kennen. Een arbeider sloeg de cijfers er met een stempelset in, letter voor letter, cijfer voor cijfer, in het metaal van het frame. Dat betekent dat u bij nauwkeurige bestudering soms kleine onregelmatigheden ziet: een cijfer dat licht scheef staat, of een letter die iets dieper is ingeslagen dan de rest. Dat zijn geen fouten die iets afdoen aan de authenticiteit, integendeel, het zijn de vingerafdrukken van het handwerk.

In Zwickau, waar DKW en later ook andere modellen werden geassembleerd, liepen de productielijnen in de jaren dertig gestaag door. De administratie bijhouden was een aparte afdeling, met klerken die in grote registers de nummers noteerden naast de besteldatum, de kleur, de motorvariant en de naam van de dealer of de eindklant. Een deel van die registers bevindt zich nog steeds in archieven, verspreid over Duitsland en soms ook in particuliere handen. Wanneer wij voor een restauratieproject zo’n register kunnen raadplegen, is dat een moment waarop de wagen als het ware opnieuw tot leven komt op papier.

Wat het nummer ons vertelt over de restauratie

Voor een restaurateur is het chassisnummer het eerste dat hij controleert, en het laatste dat hij aanraakt. Eerst controleert hij of het nummer klopt met de overige documentatie: het kentekenbewijs, de typeplaatjes op motor en carrosserie, eventuele oude foto’s of facturen die de eigenaar heeft bewaard. Als die bronnen met elkaar overeenstemmen, staat de restauratie op een stevige basis. Als er tegenstrijdigheden zijn, begint het detective werk.

In onze eigen werkplaats hebben we meer dan eens te maken gehad met wagens waarbij het chassisnummer op het frame niet overeenkwam met het nummer in de papieren. Dat hoeft niet te betekenen dat er iets verdachts aan de hand is. Na de oorlog zijn veel wagens met onderdelen van andere exemplaren hersteld, omdat nieuwe onderdelen simpelweg niet beschikbaar waren. Een frame van de ene wagen, een carrosserie van de andere, en een motor van een derde: dat was geen uitzondering maar eerder de regel in de jaren veertig en vijftig. Zo’n wagen documenteren we zo eerlijk mogelijk, met aantekening van alle afwijkingen, zodat toekomstige bezoekers en onderzoekers een volledig beeld krijgen.

Archiefonderzoek als aanvulling op het metaal

Het chassisnummer opent deuren, maar het sluit ze ook. Wat het nummer u niet vertelt, is wat er met de wagen is gebeurd nadat hij de fabriek verliet. Daarvoor moet u naar andere bronnen: belastingregisters, verzekeringsarchieven, garagerekeningen, krantenadvertenties, familiefoto’s. In ons archief bewaren we kopieën van documenten die door eigenaren of hun nabestaanden zijn geschonken, en het is opvallend hoe vaak zo’n doos met oude papieren precies de ontbrekende schakel bevat.

Een garagerekening uit de jaren vijftig, bijvoorbeeld, kan bevestigen dat de wagen op een bepaald adres gestald heeft gestaan, wat dan weer overeenkomt met een vermelding in een gemeentelijk register. Die kruisverwijzingen stapelen zich op tot iets wat je gerust een biografie mag noemen, al is het er een zonder dramatische wendingen, gewoon de stille geschiedenis van een gebruiksvoorwerp dat iemand ooit met zorg heeft aangeschaft en onderhouden.

Hoe bezoekers kunnen bijdragen

U vraagt zich misschien af wat dit alles met uw bezoek aan het museum te maken heeft. Meer dan u wellicht denkt. Wij ontvangen geregeld bezoekers die zelf een document, een foto of een herinnering meebrengen die betrekking heeft op een van de wagens in onze collectie. Soms is het een familielid van een voormalige eigenaar, soms een gepensioneerde monteur die de wagen in zijn jonge jaren in de werkplaats heeft gehad.

Elke aanvulling, hoe klein ook, wordt zorgvuldig geregistreerd en opgenomen in het dossier van de betreffende wagen. Het chassisnummer is dan het ankerpunt: zodra dat nummer vaststaat en geverifieerd is, kan elk nieuw stukje informatie er zonder twijfel aan worden gekoppeld. Zo groeit de kennis over een collectie niet alleen door wat de vrijwilligers en conservatoren zelf opgraven, maar ook door wat de bezoekers meebrengen. In dat opzicht is een museum nooit af, en dat is precies zoals het hoort te zijn.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *