Wanneer het museum dichtgaat en de wereld toch binnenkomt

Written by

in

Er zijn dagen dat de deuren van het museum gesloten blijven voor bezoekers, maar dat wil niet zeggen dat het er stil is. In de werkplaats achter de tentoonstellingszaal wordt dan gewerkt aan een carrosseriepaneel dat al decennialang op zijn beurt heeft gewacht, of bladert iemand door een doos archiefdocumenten die vorige maand uit een nalatenschap is binnengekomen. Toch dringt de buitenwereld soms door, ook hier, en dat is niet altijd onwelkom.

De collectie als levend geheel

U moet zich een museumcollectie niet voorstellen als een rij objecten achter glas die gewoon staan te wachten tot er iemand langskomt. Dat beeld klopt niet, althans niet voor ons. Een auto die decennialang heeft stilgestaan, trekt vocht, verliest zijn rubbers, krijgt last van roest op plaatsen die u van buitenaf niet zou vermoeden. Een Wanderer of een DKW uit het interbellum is geen standbeeld; het is een machine die ooit in beweging was en die, als u er goed voor zorgt, ook nu nog in beweging gebracht kan worden.

Dat onderhoud vraagt om kennis die u niet uit een boek haalt. U leest over de juiste toleranties voor een drijfstanglager, maar u leert pas wat dat betekent als u het metaal in uw handen hebt en voelt hoe het zich gedraagt bij een bepaalde temperatuur. Dat is de reden waarom wij als vrijwilligers hier wekelijks terugkomen: niet om het verleden te bewaren zoals men een insect in barnsteen bewaart, maar om te begrijpen hoe deze voertuigen werkten, en waarom ze op die manier gemaakt werden.

Daarin schuilt ook de waarde van een museum als dit voor bezoekers. Wie hier binnenkomt en een tweecilinderige tweetaktmotor van DKW ziet staan, ziet op het eerste gezicht misschien een eenvoudig apparaatje. Maar als u weet dat die motor destijds een bewuste keuze was — goedkoop te produceren, makkelijk te repareren door mensen zonder technische opleiding — dan ziet u opeens een heel tijdperk voor u.

Evenementen en de vraag wat wij daarmee doen

Nu en dan bereikt ons het nieuws dat ergens in Europa een groot rijdend evenement voor historische voertuigen wordt georganiseerd, of dat een bepaald merk zijn honderdjarig bestaan viert met een optocht door een binnenstad. Dat soort berichten verschijnen ook op de website van de NOS, waar de bredere publieke belangstelling voor erfgoed en historische mobiliteit soms een plek krijgt in reportages over steden die zulke evenementen organiseren of over de vrijwilligers die er jaren aan werken.

Wij vragen ons dan altijd af: sturen wij een auto mee, of houden wij hem liever hier? Dat is geen eenvoudige afweging. Transport over langere afstand belast een voertuig dat al kwetsbaar is. Een carrosserie die wij zojuist hebben opgespoten, kan door trilling en temperatuurwisseling kleine scheurtjes vertonen die u pas weken later ziet. En toch: een historisch voertuig dat rijdt, dat door een straat beweegt terwijl mensen ernaar kijken, doet iets wat geen tentoonstelling kan evenaren. Het maakt de techniek zichtbaar als iets dat ooit deel uitmaakte van het dagelijks leven.

Onze afweging is doorgaans pragmatisch. Wij kijken naar de staat van het voertuig, naar de afstand, naar de beschikbaarheid van vrijwilligers die mee kunnen rijden en die ter plaatse kleine reparaties kunnen uitvoeren als dat nodig is. Een DKW F8 die pas gerestaureerd is en waarvan de remmen nog ingereden moeten worden, sturen wij niet op transport. Een Audi die al jaren rijdt en waarvan wij de zwakke punten kennen, kunnen wij verantwoord meegeven.

Wat er bij een rijdend evenement komt kijken

Stel dat wij besluiten om deel te nemen aan een evenement op enige afstand, dan begint de voorbereiding weken van tevoren. Niet met de auto zelf, maar met de papieren. Historische voertuigen hebben in Nederland een eigen kentekenstatus, en als u de grens over wilt, moet u weten welke documenten het ontvangende land verwacht. Dat verschilt per land en per voertuigtype, en het is verstandig om dat niet te onderschatten.

Dan volgt de technische voorbereiding, die wij systematisch doorlopen:

  • Remmen controleren en zo nodig afstellen, waarbij wij bij oudere systemen met mechanische rembekrachtiging extra aandacht besteden aan de gelijkmatigheid van de remkracht over de vier wielen
  • Koelsysteem doorspuiten en de slangen inspecteren op verharding of kleine scheurtjes die onder druk kunnen opengaan
  • Verlichting nakijken, niet alleen of de lampen branden, maar ook of de reflectoren nog voldoende reflecteren
  • Banden beoordelen op ouderdomsscheurtjes in het loopvlak, want een band kan er van buiten goed uitzien en toch intern verzwakt zijn
  • Vloeistofniveaus controleren en de afdichtingen rondom de motor en versnellingsbak beoordelen op lekkage

Daarna volgt een proefrit van enige afstand, waarbij iemand meerijdt die niet zelf stuurt maar luistert en kijkt. Een geluid dat u als bestuurder niet opmerkt omdat u gewend bent aan het rijgedrag van het voertuig, hoort een tweede persoon soms meteen.

Op het evenement zelf is onze rol tweeledig. Wij zijn er als deelnemer, maar ook als uitlegger. Mensen lopen naar de auto toe, stellen vragen, en die vragen zijn zelden oppervlakkig. Iemand die de moeite neemt om naar een evenement voor historische voertuigen te gaan, is doorgaans oprecht geïnteresseerd. Zij willen weten waarom de motor zo klinkt, waarom de carrosserie die lijn heeft, waarom het stuurwiel op die hoogte zit. En dat zijn precies de vragen die wij graag beantwoorden.

Wat zulke ontmoetingen ons teruggeven

Er is iets dat u niet verwacht als u voor het eerst als vrijwilliger meegaat naar een evenement buiten het museum: u leert er zelf ook van. Niet uit boeken of archieven, maar van andere mensen die met andere merken en andere tradities zijn opgegroeid en die hun kennis meebrengen.

Op een evenement in het buitenland spraken wij ooit een monteur die in zijn jonge jaren had gewerkt aan voertuigen die in dezelfde periode waren gebouwd als onze collectiestukken, maar in een andere fabriek, met andere gereedschappen en andere materialen. Hij vertelde ons iets over de manier waarop destijds aluminium gietstukken werden nabewerkt, en dat inzicht heeft ons later geholpen bij het beoordelen van een onderdeel waarover wij het intern niet eens konden worden.

Dat is de reden waarom wij niet afwijzend staan tegenover de buitenwereld, ook al vraagt deelname aan evenementen tijd en energie die wij ook in de werkplaats hadden kunnen steken. Een collectie die alleen maar naar binnen kijkt, verstart. De kennis die wij hier bewaren, heeft waarde zolang zij gedeeld wordt — met bezoekers die binnenkomen, maar ook met mensen die wij ontmoeten wanneer wij zelf naar buiten gaan.

Tot slot

Misschien is dat wel de kern van wat een museum als dit doet, als u het mij vraagt. Het gaat niet alleen om het bewaren van objecten, hoe zorgvuldig dat ook moet gebeuren. Het gaat om het levend houden van de kennis die bij die objecten hoort: waarom iets zo gemaakt is, wat er achter die keuze zat, en hoe u dat vandaag nog kunt begrijpen als u de tijd neemt om te kijken. Of u nu hier binnenkomt op een gewone museumdag, of ons treft bij een evenement ergens in een binnenstad — het gesprek dat daarna volgt, is telkens het bewijs dat die kennis nog steeds iets betekent.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *